Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2004
Alinea 23 Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2004
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AS5212.
6. Voor zover zulks nodig - quod non - merkt [belanghebbende] op dat er geen enkele grond bestaat voor de veronderstelling van de Ontvanger dat er kansspelbelasting verschuldigd zou zijn omdat uit geen enkel onderzoek zijdens de inspecteur vastgesteld is dat er sprake zou zijn van prijzen die zouden voldoen aan het vereiste van artikel 4 letter a van de Wet op de Kansspelbelasting. Er worden namelijk (in de beslotenheid van de clubactiviteiten) geen prijzen uitgekeerd die een bedrag van € 454 te boven gaan. Mitsdien ontbreekt reeds om die reden elke grond om tot enige heffing van kansspelbelasting over te gaan. De Ontvanger moet in staat zijn deze constatering zelve te doen op basis van de beschikbare rapporten van de Belastingeenheid Particulieren Ondernemingen P.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4602ec54de952a32dec5b2f84975a2ff7087914523ff0ef6be0333465fa4699. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4602ec54de952a32dec5b2f84975a2ff7087914523ff0ef6be0333465fa4699, en de alinea staat in dat document op bytes 11061 tot 11853.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e4602ec54de952a32dec5b2f84975a2ff7087914523ff0ef6be0333465fa4699 | shasum -a 256