Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2004
Alinea 49 Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2004
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AS5212.
5.5. Het vorenoverwogene leidt tot de conclusie dat het onder 2.2. vermelde geschrift niet is aan te merken als een bezwaarschrift tegen de onderhavige naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen. Daarvan uitgaande is belanghebbendes onder 2.3. vermelde brief van 3 april 2002 aan te merken als bezwaarschrift. Dat bezwaarschrift is ingediend buiten de termijn van 6 weken van artikel 6:7 van de Awb in samenhang met artikel 22j van de AWR. Het niet binnen de wettelijke bezwaartermijn indienen van een bezwaarschrift leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest. Belanghebbende, die te dezen is bijgestaan door een deskundige, heeft geen redenen voor de termijnoverschrijding aangevoerd. Het Hof is dan ook van oordeel dat de inspecteur het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4602ec54de952a32dec5b2f84975a2ff7087914523ff0ef6be0333465fa4699. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4602ec54de952a32dec5b2f84975a2ff7087914523ff0ef6be0333465fa4699, en de alinea staat in dat document op bytes 20159 tot 21064.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e4602ec54de952a32dec5b2f84975a2ff7087914523ff0ef6be0333465fa4699 | shasum -a 256