Citaat | Gerechtshof Amsterdam 18 februari 2005

Alinea 42 Gerechtshof Amsterdam 18 februari 2005

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 18 februari 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AS7294.

5.2. Belanghebbende neemt het standpunt in dat de in 2.3. vermelde uitgaven scholingskosten zijn in de zin van de Wet. Hij doet hiertoe een beroep op de wetsgeschiedenis en stelt het volgende. De uitgaven zijn noodzakelijk voor het op peil houden en verbeteren van zijn kennis en vaardigheden die nodig zijn om de inkomsten uit zijn dienstbetrekkingen te kunnen behouden. Tot zijn functieomschrijvingen behoren kennisoverdracht en het doen van innoverend onderzoek. Dit kan niet anders gebeuren dan door het kennisnemen van (internationale) vakliteratuur en het uitwisselen van kennis met vakgenoten. Dit geldt temeer voor het doorgroeien naar een hoger functieniveau. Het kan niet zo zijn dat docenten/onderzoekers aan een universiteit, doordat zij zich niet anders kunnen scholen dan hiervoor is aangegeven, slechter worden behandeld dan werknemers die hun scholing kunnen inkopen bij onderwijsinstantie, zoals een universiteit. Het vereiste dat een leertraject moet worden gevolgd is in strijd met paragraaf 5.8. van het Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 14 mei 2003, nr. CPP2003/795M, BNB 2003/262 (hierna: het Besluit), waarin staat dat in geval van een academische promotie lidmaatschapskosten van beroeps- en wetenschappelijke verenigingen als scholingskosten kunnen worden aangemerkt. Bovendien is wetenschap per definitie een leertraject, aldus nog steeds belanghebbende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc5b2bd876f055e2463b65f20372aa36d1cdf8924ca83bfebc0353375962983a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc5b2bd876f055e2463b65f20372aa36d1cdf8924ca83bfebc0353375962983a, en de alinea staat in dat document op bytes 9545 tot 10955.