Citaat | Gerechtshof Amsterdam 18 februari 2005

Alinea 56 Gerechtshof Amsterdam 18 februari 2005

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 18 februari 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AS7294.

5.8.2. Het Hof stelt voorop dat naar vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, op fiscaal gebied aan de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid toekomt bij het beantwoorden van de vraag of voor de toepassing van artikel 14 EVRM gevallen als gelijk moeten worden beschouwd en of, in het bevestigende geval, een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat om die gevallen niettemin in verschillende zin te regelen. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt, dat datzelfde geldt voor de toepassing van artikel 26 IVBPR.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc5b2bd876f055e2463b65f20372aa36d1cdf8924ca83bfebc0353375962983a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc5b2bd876f055e2463b65f20372aa36d1cdf8924ca83bfebc0353375962983a, en de alinea staat in dat document op bytes 16898 tot 17466.