Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2005
Alinea 33 Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2005
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AS9143.
II. In de tweede plaats heeft de raadsman betoogd dat het openbaar ministerie door verdachte te vervolgen heeft gehandeld in strijd met artikel 10 EVRM. De strafvervolging en eventueel veroordeling van de verdachte behelst naar de stelling van de raadsman een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting, waaronder begrepen de vrijheid om informatie te vergaren. De verdachte heeft een - naar zijn zeggen - groot maatschappelijk probleem aan de orde willen stellen, te weten het bestaan van het reeds gememoreerde ‘gat’ in het bancaire systeem van automatische incasso. Voor zover hij de strafbare feiten zou hebben begaan, waren deze noodzakelijk om de door hem geponeerde journalistieke stellingen te bewijzen. De strafvervol-ging heeft dan ook de persvrijheid belemmerd, aangezien artikel 10 EVRM niet alleen de inhoud van gedachten en informatie, maar ook de wijze van openbaring beschermt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbf7e22a7e31abca46f95e751c5db9ab1099141666a4e71c1cc654b7c71779d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbf7e22a7e31abca46f95e751c5db9ab1099141666a4e71c1cc654b7c71779d9, en de alinea staat in dat document op bytes 12678 tot 13587.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbf7e22a7e31abca46f95e751c5db9ab1099141666a4e71c1cc654b7c71779d9 | shasum -a 256