Citaat | Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2005
Alinea 22 Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2005
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AT3607.
2.2. Het hof is van oordeel dat uit de stukken zoals die door de gerechtsdeurwaarder zijn ingediend niet de conclusie getrokken kan worden dat de bewaringspositie van de gerechtsdeurwaarder op orde en dus aan de wettelijke eisen voldoet. Het hof stelt daarbij voorop dat de gerechtsdeurwaarder – nog altijd – geen stukken heeft overgelegd waaruit zijn bewaringsverplichtingen voldoende kenbaar zijn. Tot op de dag van de behandeling van de zaak laten de – naar het oordeel van het hof ongenoegzame – stukken, in het bijzonder de voorlopige balans per 31 december 2004, bovendien een tekort zien wat betreft de kortlopende schulden uit hoofde van derdengelden en de aanwezige liquide middelen. Uit de stukken kan dan ook geenszins de conclusie getrokken worden dat er sprake is van een bewaringspositie die aan de wettelijke eisen voldoet. Het hof is van oordeel dat deze klacht door klager terecht is voorgesteld. Het hof zal de klacht mitsdien gegrond verklaren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcf50e978cbaf64ea426ddd10cc77a360fbb2b96b95c3f3d09d072d7c6897bc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcf50e978cbaf64ea426ddd10cc77a360fbb2b96b95c3f3d09d072d7c6897bc6, en de alinea staat in dat document op bytes 7066 tot 8050.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bcf50e978cbaf64ea426ddd10cc77a360fbb2b96b95c3f3d09d072d7c6897bc6 | shasum -a 256