Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 mei 2005

Alinea 175 Gerechtshof Amsterdam 13 mei 2005

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 mei 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AT5629.

5.11. Wat de gestelde dreiging met de oplegging van een boete betreft, overweegt het hof als volgt. Zoals onder 5.6. en 5.7. is overwogen, is naar het oordeel van het hof aannemelijk dat belanghebbende tijdens het gesprek van 2 juli 2002 eigener beweging haar standpunt aldus heeft bepaald, dat nog slechts het geschilpunt van de (hoogte van de) met betrekking tot het fictieve rendement te berekenen boete resteerde. Dit houdt in dat er overeenstemming bestond tussen de inspecteur en haar (zonder enig wilsgebrek aan haar zijde) ten aanzien van de overige in de navordering te betrekken posten. Dat belanghebbende vervolgens met de dienovereenkomstige vaststellingsovereenkomst, waarbij op het resterende geschilpunt volledig aan belanghebbende werd tegemoetgekomen, onder invloed van een wilsgebrek harerzijds is akkoord gegaan, is een stelling die vanwege zijn ongerijmde aard moet worden verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09f7304d253d5d249490aabf0fce2a2f2e53326ccfdb7262c26106e3dbf3e70c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09f7304d253d5d249490aabf0fce2a2f2e53326ccfdb7262c26106e3dbf3e70c, en de alinea staat in dat document op bytes 44511 tot 45429.