Citaat | Gerechtshof Amsterdam 1 februari 2006

Alinea 46 Gerechtshof Amsterdam 1 februari 2006

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 1 februari 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AV1218.

5.4. Partijen gaan ervan uit dat op de voet van artikel 13, eerste lid, van de Wet, de met een (onmiddellijke) binnenlandse deelneming verband houdende kosten zo mogelijk dienen te worden gerelateerd aan een buitenlandse dochtervennootschap van die deelneming, met dien verstande dat de aldus aan die buitenlandse dochtervennootschap gerelateerde kosten niet voor aftrek in aanmerking komen. Het Hof volgt partijen in deze uitleg. De hier bedoelde toerekening van kosten volgt uit het niet ‘middellijk dienstbaar’ zijn van de aan de buitenlandse vennootschap te relateren kosten aan het behalen van in Nederland belastbare winst, zoals wordt bedoeld in de eerste volzin van artikel 13, eerste lid, van de Wet. Na het eerdergenoemde arrest BNB 2003/344 kan hier gelezen worden het niet ‘middellijk dienstbaar’ zijn van evenbedoelde kosten aan het behalen van in de EU belastbare winst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/491368213fa5eb86fb9bda9126bcc33f3741bee09adb69b215ed1964e3f5a71f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 491368213fa5eb86fb9bda9126bcc33f3741bee09adb69b215ed1964e3f5a71f, en de alinea staat in dat document op bytes 14142 tot 15048.