Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 mei 2006

Alinea 32 Gerechtshof Amsterdam 29 mei 2006

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 mei 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AX6723.

5.2. De gemachtigde stelt dat het tijdsgelange tarief van artikel 5.3, vijfde lid, van de Wet IB 2001 er bij de erflater uiteindelijk toe heeft geleid dat bij hem het voordeel uit sparen en beleggen is berekend over de periode 1 januari 2002 tot 1 december 2002. Nu bij belanghebbende en de andere in Nederland wonende kinderen het gemiddelde van de rendementsgrondslag bepalend is voor de berekening van de inkomsten uit sparen en beleggen en zij gedurende het gehele jaar 2002 belastingplichtig waren, leidt dit er uiteindelijk toe dat bij hen de inkomsten uit sparen en beleggen ter zake van het geërfde vermogen over een periode van zes maanden wordt berekend. Daardoor worden de facto de forfaitaire inkomsten uit hetzelfde vermogen in hetzelfde belastingjaar gedurende een periode van 17 maanden belast en is er sprake van economisch dubbele heffing over vijf maanden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0f70ac2f0c505fe73d4f9ecd7eaa6ee54cf1bc0c7c37a5ca6a96b0df96a3eed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0f70ac2f0c505fe73d4f9ecd7eaa6ee54cf1bc0c7c37a5ca6a96b0df96a3eed, en de alinea staat in dat document op bytes 10022 tot 10910.