Citaat | Gerechtshof Amsterdam 12 oktober 2006

Alinea 67 Gerechtshof Amsterdam 12 oktober 2006

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 12 oktober 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:BA5366.

In de derde plaats heeft de raadsvrouwe het sectierapport alsmede het werktuigsporenonderzoek aangevoerd ter adstructie van de onbetrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte] en [medeverdachte]. Het hof volgt de raadsvrouwe niet in haar redenering. Noch het sectierapport noch het werktuigsporenonderzoek leent zich voor vergaande conclusies. Daarvoor was het lichaam van het slachtoffer in te vergaande staat van ontbinding. Reeds op grond van het grotendeels ontbreken van de weke delen kan niet, ook niet bij benadering, worden vastgesteld hoeveel messteken in het lichaam van het slachtoffer zijn toegebracht. Door de toestand van het lijk kan evenmin medisch uitsluitsel worden verkregen over de vraag waarom geen letsel is te traceren aan de schedel van het slachtoffer ten gevolge van het slaan met de schep door [medeverdachte].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44acfc96fe2b3e1df4e1250a50da4d339e7e84a27f18c61b3cbcb0ce8fd6277f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44acfc96fe2b3e1df4e1250a50da4d339e7e84a27f18c61b3cbcb0ce8fd6277f, en de alinea staat in dat document op bytes 18247 tot 19106.