Citaat | Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007

Alinea 57 Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:AZ9721.

2.10.2 Het hof kan Dexia in die uitleg niet volgen. Het ten volle uitoefenen van een vermogensrecht betekent immers daarvan het genot hebben en daarover kunnen beschikken. Voor huurkoop brengt de aflevering -die in dit geval geschiedt door voorwaardelijke administratie van de aandelen op de naam van [A], gelet ook op art. 7A:1576h- mee dat de huurkoper dadelijk bij het aangaan van de overeenkomst het genot van de aandelen verwerft. Aan [A] kwamen dadelijk nadat hij de overeenkomsten was aangegaan ingevolge art. 3 Bvel toe, alle baten en alle waardeveranderingen van de aandelen. Dat betekent onder meer dat Dexia gehouden was dividendbaten zo spoedig mogelijk aan [A] uit te keren, en dat in geval van een keuze-dividend [A] die keuze mocht maken. Een eventuele waardevermeerdering van de aandelen kwam ook aan [A] toe. Aldus heeft [A] derhalve dadelijk bij het aangaan van de overeenkomsten het genot van de aandelen verworven. Dat volgens Dexia [A] door het voorwaardelijk karakter van de registratie deze rechten (nog) niet kon uitoefenen tegenover de aandelenuitgevende instelling, kan daaraan niet afdoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0000e47bbe353e59f40b0cc84630b1c5658f5d1c3b4f4b895e69806a11216ac3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0000e47bbe353e59f40b0cc84630b1c5658f5d1c3b4f4b895e69806a11216ac3, en de alinea staat in dat document op bytes 21378 tot 22507.