Citaat | Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007

Alinea 58 Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:AZ9721.

2.10.3 Dexia wijst erop dat de laatste zin van art. 3 Bvel bepaalt dat indien met betrekking tot de aandelen andere rechten kunnen worden uitgeoefend, deze rechten ter keuze van Dexia zullen worden uitgeoefend. Als gevolg daarvan kon [A] geen aandeelhoudersrechten uitoefenen zoals het bijwonen van aandeelhoudersvergaderingen, het deelnemen aan debatten en het uitbrengen van zijn stem, aldus Dexia. [A] heeft een en ander bij memorie van antwoord niet expliciet besproken. Niettemin vloeit uit hetgeen ten processe is gebleken voort dat de door Dexia genoemde andere rechten als bedoeld in de laatste zin van art 3 Bvel, van te gering gewicht zijn om niet te kunnen zeggen dat [A] in overwegende mate het genot van de aandelen had gedurende de looptijd van de overeenkomsten. De door Dexia genoemde beperking laat derhalve onverlet dat de aandelen bij het aangaan van de overeenkomsten aan [A] zijn afgeleverd als bedoeld in art. 7A:1576h BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0000e47bbe353e59f40b0cc84630b1c5658f5d1c3b4f4b895e69806a11216ac3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0000e47bbe353e59f40b0cc84630b1c5658f5d1c3b4f4b895e69806a11216ac3, en de alinea staat in dat document op bytes 22527 tot 23484.