Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 april 2007

Alinea 39 Gerechtshof Amsterdam 4 april 2007

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 april 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA2624.

2.9.4. Gelet op de in absolute zin niet onaanzienlijke nadelige financiële consequenties van de hiervoor geconstateerde ongelijke behandeling voor de betrokken belastingplichtigen, alsmede gelet op de omstandigheid dat het belastingtarief bij uitstek een grootheid vormt welke voor alle belastingplichtigen voor alle (gedeelten van) belastingjaren gelijk zou moeten zijn en in aanmerking nemend dat bij eerdere (en latere) gevallen van tariefsverlaging steeds een overgangsregeling is getroffen waardoor ook belastingplichtigen met een gebroken boekjaar vanaf de ingangsdatum in het verlaagde tarief konden delen, is het Hof van oordeel dat het op de weg van de wetgever heeft gelegen uiteen te zetten dat en waarom zulks in het onderhavige geval anders zou zijn, dan wel dat en waarom van de wetgever in redelijkheid niet gevergd zou mogen worden de door hem eerder gevolgde gedragslijn in deze voort te zetten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/911c2faa3a144f5e8b4cdf5542bf60b4015be075ddb73d39cd1a94db44577def. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 911c2faa3a144f5e8b4cdf5542bf60b4015be075ddb73d39cd1a94db44577def, en de alinea staat in dat document op bytes 17136 tot 18063.