Citaat | Gerechtshof Amsterdam 14 januari 2007

Alinea 39 Gerechtshof Amsterdam 14 januari 2007

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 14 januari 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA3849.

2.3.1. Het, van velerlei adstructie voorziene, standpunt van belanghebbenden komt erop neer dat de wetgever een ongerechtvaardigd onderscheid heeft gemaakt tussen in essentie gelijke gevallen, doordat (inkomsten uit) vermogensbestanddelen die bij wijze van belegging ter beschikking worden gesteld aan derden in het algemeen belast zijn in box 3, terwijl (inkomsten uit) vermogensbestanddelen die bij wijze van belegging ter beschikking worden gesteld aan een verbonden lichaam, zoals in casu, aan het ongunstiger regime van box 1 zijn onderworpen. Belanghebbenden achten de zogenoemde terbeschikkingstellingsregeling van artikel 3.92 van de Wet aldus in strijd met het verdragsrechtelijke gelijkheidsbeginsel zoals dat is neergelegd in artikel 26 van het Internationaal verdrag voor de bescherming van burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en artikel 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90999bc43907cf4332585346a986f29573acab08c834fbf27ae257e4fea743e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90999bc43907cf4332585346a986f29573acab08c834fbf27ae257e4fea743e0, en de alinea staat in dat document op bytes 10003 tot 10936.