Citaat | Gerechtshof Amsterdam 18 januari 2007

Alinea 57 Gerechtshof Amsterdam 18 januari 2007

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 18 januari 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA5933.

3.12 [Geïntimeerde] heeft verzocht om verwijdering van zijn gegevens uit het Incidentenregister en de twee daaraan gekoppelde verwijzingsregisters (IVR en EVR). Het Protocol voorziet, onder 4.4, in die mogelijkheid en noemt in dat verband als toetssteen “indien er geen reden meer is voor het vastleggen van persoonsgegevens”. Het hof is, in het midden latend of voor opname in het Incidentenregister en het IVR voorafgaand aan de resultaten van het BRZ-onderzoek mogelijk voldoende grond voor SNS bestond, van oordeel dat de onder 3.11 genoemde omstandigheden - in het licht van het bepaalde in het Protocol onder 4.1, 4.2 en 6.2 en gezien het feit dat tegen [geïntimeerde], na onderzoek, geen strafrechtelijke vervolging is ingesteld - onvoldoende zijn om die opname te handhaven. Het hof heeft hierbij, wat betreft het Incidentenregister, ook betrokken dat SNS niet duidelijk heeft gemaakt welk doel gediend kan zijn bij de enkele opname van gegevens in dat register (zonder opname in een van of beide verwijzigingsregisters). Het voorgaande betekent dat ook de opname van gegevens van [geïntimeerde] in het EVR, waarvoor aan strengere criteria wordt getoetst dan bij vastlegging van gegevens in de hiervoor genoemde registers, niet gehandhaafd kan blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03fe8fcf588b41380fb346133c9c150b07253a3bff127e5177026bb4fd769389. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03fe8fcf588b41380fb346133c9c150b07253a3bff127e5177026bb4fd769389, en de alinea staat in dat document op bytes 22999 tot 24281.