Citaat | Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2007

Alinea 63 Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2007

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA6412.

Hiertoe is onder meer van belang het proefschrift van Albers en Keizer, waaruit in elk geval blijkt dat twee op de drie van de met OMG behandelde patiënten er in hun algemene toestand op vooruit zeggen te gaan en een gunstig effect op hun klachten ervaren. Reeds op grond hiervan stelt het hof vast dat OMG niet ‘nutteloos’ is als bedoeld in de definitie van Van Dale, laat staan dat Sickesz als beoefenaar van OMG bestempeld zou mogen worden als boerenbedrieger, oplichter of knoeier. Daarnaast is voor de kwalificatie van de beoefenaren van OMG van belang dat de meeste zorgverzekeraars OMG vergoeden, zoals niet, althans onvoldoende, betwist door Sickesz is gesteld. Vaststaat tevens dat Sickesz een zeer groot aantal mensen heeft behandeld met OMG en dat slechts één maal een klacht tegen haar is ingediend, die ongegrond geoordeeld is. Ook grief 4 is derhalve gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4aeddc459e5af047402b6d0971c751fc4c5ceba1a355cb5eb2e9176052bdfc9d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4aeddc459e5af047402b6d0971c751fc4c5ceba1a355cb5eb2e9176052bdfc9d, en de alinea staat in dat document op bytes 17849 tot 18742.