Citaat | Gerechtshof Amsterdam 18 juni 2007
Alinea 78 Gerechtshof Amsterdam 18 juni 2007
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 18 juni 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA8826.
2.6.7. Uit hetgeen onder 2.6.6 is overwogen volgt dat (uitsluitend) de echtgenote als borg voor de schulden van NN kan worden aangemerkt. Zij is dan ook degene die op grond van de borgstellingsovereenkomst door de C-bank als zodanig is aangesproken. Daaraan doet niet af dat belanghebbende met de C-bank is overeengekomen dat hij en zijn echtgenote de vorderingen van die bank als eigen schuld zouden voldoen. Als weergegeven in 2.6.5 heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat de directeur-grootaandeelhouder die als borg is aangesproken voor de schulden van de besloten vennootschap, de uit de betaling van die schulden voortvloeiende regresvordering te boek mag stellen voor het bedrag dat hij uit hoofde van de borgstellingsovereenkomst heeft betaald. Naar het oordeel van het Hof valt in redelijkheid in het Besluit niet te lezen dat een ander dan deze directeur-grootaandeelhouder een beroep kan doen op deze faciliteit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b5bee6981cca0f3dc1342c662a3affb2201cd9835919c9eea60da598f2ab4fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b5bee6981cca0f3dc1342c662a3affb2201cd9835919c9eea60da598f2ab4fb, en de alinea staat in dat document op bytes 19781 tot 20719.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b5bee6981cca0f3dc1342c662a3affb2201cd9835919c9eea60da598f2ab4fb | shasum -a 256