Citaat | Gerechtshof Amsterdam 18 oktober 2007
Alinea 46 Gerechtshof Amsterdam 18 oktober 2007
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 18 oktober 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1292.
3.6 Ten aanzien van het subsidiaire standpunt van de gemeente dat Eneco op de betreffende artikelen geen beroep kan doen omdat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, overweegt het hof als volgt. Vaststaat dat bij het sluiten van de exploitatie-overeenkomst in 1989 en de kabellegregeling in 1994, de beheerders van electriciteits- en gasnetwerk, te weten REMU en GCN, openbare nutsbedrijven waren zonder winstoogmerk. Mocht er sprake zijn van winst, dan vloeide die terug naar de deelnemende gemeenten. Dit blijkt onder andere uit artikel 9 van de exploitatieovereenkomst: de gemeente was direct aandeelhouder van GCN. Daarnaast heeft de gemeente onbetwist gesteld dat zij indirect aandeelhouder was van REMU. De gemeente was derhalve mede–eigenaar van de nutsbedrijven. Per 18 december 2002 zijn deze bedrijven geprivatiseerd en veranderd in ondernemingen die met een winstoogmerk het kabel- en leidingennetwerk exploiteren. In deze exploitatie participeert de gemeente, naar zij onbetwist heeft gesteld, op geen enkele wijze. Artikel 9 van de exploitatieovereenkomst is daarmee een dode letter geworden. Dit alles betekent dat de maatschappelijke positie van de energiebedrijven en daarmee de onderlinge verhouding tussen de Gemeente en Eneco in financieel opzicht dermate drastisch en fundamenteel is veranderd, dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht dat de gemeente in dit geval, te weten een rampzalige dijkdoorbraak die noodzaakt tot ophoging van de wijk, zou kunnen worden gehouden aan de in de artikelen 5 en 6.2 neergelegde verdeling van kosten. Het hof neemt daarbij mede in aanmerking dat de gemeente, naar zij gemotiveerd heeft gesteld, welke stelling onvoldoende is bestreden, in redelijkheid naar aanleiding van de dijkdoorbraak en in aansluiting daarop tot het besluit om de wijk te verhogen met EPS is gekomen. Voorts is van belang dat Eneco – nog steeds- zonder betaling van retributie gerechtigd is om haar kabels en netwerken in de gemeentegrond te leggen, waartegenover staat dat Eneco met de exploitatie van deze kabels en leidingen inkomsten verwerft. Tot slot speelt mee het gegeven dat de gemeente, door haar onbetwist gesteld, door de dijkdoorbraak een schade heeft geleden van ruim 7 miljoen Euro en dat zij in redelijkheid niet in staat is om daarboven de kosten die Eneco maakt, te dragen, terwijl daartegenover staat dat Eneco de kosten die zij als private onderneming maakt om haar kabels te verleggen, kan terugverdienen. Al deze omstandigheden tezamen en in onderlinge samenhang bezien brengen met zich dat het subsidiaire standpunt van de gemeente door het hof wordt gedeeld en dat derhalve de grief slaagt. Gelet op het verstrekkend karakter van dit oordeel, behoeven de overige grieven in principaal en in incidenteel appel geen nadere bespreking, met dien verstande dat ten gevolge van de vernietiging van het bij incidenteel appel bestreden tussenvonnis van 27 juli 2005, ook het bij principaal appel bestreden tussenvonnis van 8 maart 2006 niet langer overeind kan blijven. Het door ieder der partijen gedane bewijsaanbod wordt als niet ter zake dienend gepasseerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fbbb0cd0d0b9e3364d137c7d143341738edae4d3abaa79b9cec3d11c0b1e8cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fbbb0cd0d0b9e3364d137c7d143341738edae4d3abaa79b9cec3d11c0b1e8cb, en de alinea staat in dat document op bytes 14136 tot 17339.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6fbbb0cd0d0b9e3364d137c7d143341738edae4d3abaa79b9cec3d11c0b1e8cb | shasum -a 256