Citaat | Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007

Alinea 68 Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BC7973.

Het hof is van oordeel dat deze omstandigheid in dit geval onvoldoende moet worden geacht ter weerlegging van het hiervoor bedoelde vermoeden van causaliteit. Het hof neemt hierbij in het bijzonder in aanmerking (1) dat op 19 juli 2001 onmiddellijk na een telefoongesprek met de CEO van Landis Group N.V. (tussen ongeveer 16.30 uur en 17.00 uur, sluiting beurs) - waarin de in het bewezengeachte bedoelde bijzonderheden aan verdachte zijn meegedeeld en hem in aansluiting daarop door zijn gesprekspartner is gevraagd te bewerkstelligen aandelen Landis Group N.V. te kopen - een opvallend groot aantal aandelen Landis Group N.V. is aangeschaft en (2) dat het aankoopbeleid van een grootaandeelhouder als Orange Fund N.V. naar mag worden aangenomen ook door andere factoren wordt bepaald dan de (directe) winstverwachting bij aandelentransacties (andere factoren kunnen bijvoorbeeld zijn: verwachtingen op langere termijn, overwegingen van zeggenschap, continuïteit en stabiliteit, verstandhouding met andere grootaandeelhouders). Op grond hiervan is het hof van oordeel dat een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen niet noodzakelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc4d1b3372f086fc8f0b13186dff5eae17bf08a77200a65d501f33261217497. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc4d1b3372f086fc8f0b13186dff5eae17bf08a77200a65d501f33261217497, en de alinea staat in dat document op bytes 21170 tot 22359.