Citaat | Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007
Alinea 92 Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BC7973.
Met betrekking tot de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 van het EVRM overweegt het hof als volgt. Op 10 december 2002 is verdachte door de FIOD-ECD verhoord, waaruit de verdachte in redelijkheid de verwachting heeft kunnen ontlenen dat het Openbaar Ministerie een strafvervolging tegen hem zou instellen. Bij vonnis van 3 december 2004 is de verdachte door de rechtbank te Amsterdam veroordeeld, tegen welk vonnis de verdachte op 13 december 2004 hoger beroep heeft doen instellen. Het dossier is op 7 juni 2005 ter griffie van het hof ingekomen en heden, op 1 maart 2007, zal het hof arrest wijzen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc4d1b3372f086fc8f0b13186dff5eae17bf08a77200a65d501f33261217497. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc4d1b3372f086fc8f0b13186dff5eae17bf08a77200a65d501f33261217497, en de alinea staat in dat document op bytes 28060 tot 28684.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcc4d1b3372f086fc8f0b13186dff5eae17bf08a77200a65d501f33261217497 | shasum -a 256