Citaat | Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007
Alinea 48 Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BC9108.
De verdachte moet worden vrijgesproken van het hem primair en subsidiair tenlastegelegde, omdat bij gebreke van causaal verband tussen de voorwetenschap en de effectentransacties geen sprake is van ‘gebruik’ van voorwetenschap in de zin van het inmiddels in werking getreden artikel 5:56 van de Wet op het financieel toezicht, welke bepaling – gelet op artikel 1 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht – in dit geval van toepassing is, nu deze bepaling (wegens het vervangen van de zinsnede ‘beschikkende over voorwetenschap’ door ‘gebruik van voorwetenschap’) ten opzichte van het ten tijde van het tenlastegelegde geldende artikel 46 lid 1 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 blijk geeft van gewijzigd inzicht van de wetgever in de strafbaarheid van het tenlastegelegde en voor de verdachte gunstiger is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f4fbdf7f2d3cc5ee04d155a4171642905b2daed5acc2aedb1eac4e56817c07a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f4fbdf7f2d3cc5ee04d155a4171642905b2daed5acc2aedb1eac4e56817c07a, en de alinea staat in dat document op bytes 14831 tot 15669.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6f4fbdf7f2d3cc5ee04d155a4171642905b2daed5acc2aedb1eac4e56817c07a | shasum -a 256