Citaat | Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007

Alinea 62 Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BC9108.

Het hof kan zich in dit verband vinden in de analyse die door mr. Wortel, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, is neergelegd in zijn conclusie vóór het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2005 (LJN: AR8021; NJ 2005, 458), in het bijzonder de nummers 112 tot en met 124. Gelet op deze analyse is het hof van oordeel dat er geen aanwijzingen zijn dat ten aanzien van het verbod van handel met voorwetenschap onder de vigeur van Richtlijn 89/592/EEG een minder verstrekkende betekenis aan het causaliteitsbegrip moest worden gehecht dan onder die van Richtlijn 2003/6/EG.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f4fbdf7f2d3cc5ee04d155a4171642905b2daed5acc2aedb1eac4e56817c07a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f4fbdf7f2d3cc5ee04d155a4171642905b2daed5acc2aedb1eac4e56817c07a, en de alinea staat in dat document op bytes 18691 tot 19273.