Citaat | Gerechtshof Amsterdam 21 maart 2008
Alinea 100 Gerechtshof Amsterdam 21 maart 2008
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 21 maart 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BC7530.
3.5 De Ondernemingskamer stelt voorop dat niet de Ondernemingskamer maar de gewone civiele rechter - absoluut - bevoegd is de (rechts)vraag wie heeft te gelden als aandeelhouder van een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid indien daarover geschil bestaat rechtens bindend te beslissen, nu immers een zodanige beslissing op zichzelf van puur vermogensrechtelijke aard is. Dat wordt niet anders door de omstandigheid dat indien in het kader van - bijvoorbeeld - een enquĂȘteprocedure tussen partijen in geschil is of een partij - bijvoorbeeld als verzoeker of als belanghebbende - aandeelhouder is, de Ondernemingskamer in het geval dat dienaangaande een beslissing van de bevoegde rechter niet voorhanden is, zich over die (rechts)vraag een oordeel dient te vormen, welk oordeel alsdan in die procedure verder als uitgangspunt heeft te gelden. Daarmee is echter niet een bindende, voor kracht van gewijsde vatbare beslissing over die (rechts)vraag gegeven die ook in andere gedingen rechtskracht heeft jegens de bij die procedure betrokken partijen en haar rechtsopvolgers onder algemene of bijzondere titel, een en ander zoals bedoeld in artikel 236 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2dfd11991f2c0dafbf92a92199721c01fb8c52e1b06e6e640fdbe688beab15e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2dfd11991f2c0dafbf92a92199721c01fb8c52e1b06e6e640fdbe688beab15e, en de alinea staat in dat document op bytes 26409 tot 27665.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2dfd11991f2c0dafbf92a92199721c01fb8c52e1b06e6e640fdbe688beab15e | shasum -a 256