Citaat | Gerechtshof Amsterdam 9 april 2008

Alinea 166 Gerechtshof Amsterdam 9 april 2008

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 9 april 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BC9170.

M was reeds enige tijd bevriend met D, die zich afficheert als genezend medium. Nadat bij haar kanker was geconstateerd heeft M zich tot D gewend. D heeft M gedurende vrijwel de gehele daaropvolgende periode (uitgezonderd de laatste maanden van haar leven) bijgestaan en voorzien van raad. M hechtte zeer aan de mededelingen van D, zo blijkt uit verscheidene verklaringen afkomstig van personen uit de nabije omgeving van M. D moet zich van haar invloed op M, zeker in de kwetsbare positie waarin M zich bevond, bewust zijn geweest. Hoewel geen arts, schept deze situatie een bijzondere zorgplicht bij D jegens M. die het contact met D en haar invloed als alternatieve geneeswijze beschouwde. Ook daarvan moet D zich bewust zijn geweest. Juist omdat zij medisch niet bij uitstek deskundig is, moet zij ook hebben geweten welke risico’s aan de opvolging van haar adviezen door M waren verbonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5def620891824b82301396297a01e44689424eef4b3029400be2aba4b2634d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5def620891824b82301396297a01e44689424eef4b3029400be2aba4b2634d0, en de alinea staat in dat document op bytes 65897 tot 66806.