Citaat | Gerechtshof Amsterdam 9 april 2008

Alinea 76 Gerechtshof Amsterdam 9 april 2008

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 9 april 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BC9170.

Na beëindiging van de behandeling bij B heeft M zich in mei 2000 opnieuw gewend tot K. Zij heeft een kamer betrokken in het medisch centrum dat door K wordt gedreven en zich gesteld onder zijn zorg. Vanaf dat moment heeft zij een intensieve magneetveldtherapie ondergaan met behulp van een magneetveldapparaat dat K betrekkelijk kort daarvoor had verworven. De handelingen die vereist zijn voor magneetveldtherapie heeft M in de meeste gevallen zelf verricht. De medische toestand van M werd door K met enige regelmaat onderzocht met behulp van electro-acupunctuurmetingen en donkerveldmicroscopie. Ter bestrijding van de pijn gebruikte M (op eigen initiatief) enkel paracetamol. Volgens K heeft hij haar homeopathische geneesmiddelen en ‘herbalife’-voedingssupplementen voorgeschreven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5def620891824b82301396297a01e44689424eef4b3029400be2aba4b2634d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5def620891824b82301396297a01e44689424eef4b3029400be2aba4b2634d0, en de alinea staat in dat document op bytes 30138 tot 30942.