Citaat | Gerechtshof Amsterdam 9 april 2008

Alinea 87 Gerechtshof Amsterdam 9 april 2008

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 9 april 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BC9170.

Aangezien de besproken gedragingen van B, K en D niet in een andere periode (kunnen) hebben plaatsgehad dan voorafgaande aan het overlijden van M op 20 augustus 2001 en het openbaar ministerie ter zake geen ‘daden van vervolging’ in de zin van artikel 72 Sr heeft verricht, is de verjaring ingetreden van het recht tot strafvervolging wegens handelen of nalaten van genoemde B, K en D indien en voor zover dat handelen of nalaten uitsluitend valt binnen het bereik van de Wet BIG, de artikelen 307 en 308 Sr (ongeacht toepasselijkheid van de in artikel 309 Sr voorziene strafverzwarende omstandigheid), en/of de artikelen 255 en 300 lid 1 Sr, voor zover de in artikel 257 Sr respectievelijk de leden 2 en 3 van artikel 300 Sr voorziene strafverzwarende omstandigheden buiten toepassing (dienen te) blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5def620891824b82301396297a01e44689424eef4b3029400be2aba4b2634d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5def620891824b82301396297a01e44689424eef4b3029400be2aba4b2634d0, en de alinea staat in dat document op bytes 34377 tot 35200.