Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 maart 2008
Alinea 50 Gerechtshof Amsterdam 25 maart 2008
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 maart 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BC9237.
4.8 Bij zijn beoordeling stelt het hof voorop dat, zoals ook blijkt uit art. 7A:1800 BW, de leningnemer van geld verplicht is het gehele geleende bedrag aan de leninggever op de daarvoor bepaalde tijd terug te betalen. Bij geleend geld, zeker wanneer het gaat om van een professionele kredietverstrekker geleend geld, laat zich niet licht de situatie denken dat de uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenis tot terugbetaling van het ontvangen geld ingevolge art. 6:248 lid 2 BW buiten toepassing zou moeten blijven omdat dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dat geldt in beginsel ook in een geval van overkreditering, d.w.z. het verstrekken van kredieten die uitgaan boven de leencapaciteit van de kredietnemer. Die omstandigheid op zich is onvoldoende om buiten toepassing laten van de terugbetalingsplicht te rechtvaardigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d94e89c853cf5bf44d68ea5840c1894587c26616df465dd5c2562b8072ef8b0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d94e89c853cf5bf44d68ea5840c1894587c26616df465dd5c2562b8072ef8b0e, en de alinea staat in dat document op bytes 15993 tot 16906.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d94e89c853cf5bf44d68ea5840c1894587c26616df465dd5c2562b8072ef8b0e | shasum -a 256