Citaat | Gerechtshof Amsterdam 2 april 2010
Alinea 34 Gerechtshof Amsterdam 2 april 2010
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 2 april 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BM1256.
Ook de hierboven weergegeven inhoud van de notitie van het telefoongesprek van 22 februari 2010 tussen de griffier en de medewerkster van de toenmalige raadsman levert geen goede grond op voor een dergelijk vertrouwen. De raadsman heeft kennelijk bedoeld te betogen dat het feit dat de griffier vroeg, in verband met de planning van het verloop van de zittingen, of het appel nog zou worden ingetrokken, impliceerde dat het hof ingeval van intrekking weinig tijd zou uittrekken voor de verdere behandeling van de zaak en dus het beroep zonder verder onderzoek van de zaak zou afdoen. Van een dergelijke implicatie kan echter geen sprake zijn. De raadsman doet de toenmalige raadsman tekort, die, evenmin als de huidige raadsman, redelijkerwijs gemeend kan hebben dat in deze vraagstelling besloten lag dat het hof het beroep zonder verder onderzoek van de zaak zou afdoen. Vooreerst kon het hof toen immers nog niet bekend zijn met het standpunt dat de advocaat-generaal op dit punt zou gaan innemen. Verder moet het de toenmalige raadsman duidelijk zijn geweest dat het antwoord op de vraag van de griffier (welke vraag een voor de hand liggend vervolg was op de mededeling bij de regiezitting van 9 december 2009 dat de verdachte zich toen erover beraadde of hij het hoger beroep eventueel zou intrekken) in zoverre van belang was voor een doelmatige planning van het verloop van de zittingen vanaf 15 maart 2010, dat het voor de hand lag dat de vraag welke consequentie aan een eventuele intrekking zou moeten worden verbonden, aan het begin van de behandeling van de zaak tegen de verdachte aan de orde zou moeten komen. Meer dan dat het hof er rekening mee wenste te houden dat deze vraag aldus aan de orde zou kunnen komen, kan de toenmalige raadsman op 22 februari 2010 niet in de vraagstelling van de griffier ge?mpliceerd hebben geacht. Hij moet hebben begrepen dat de griffier niet langs deze weg wilde of kon vooruitlopen op datgene wat het hof pas op de terechtzitting, naar aanleiding van het alsdan verhandelde, zou hebben te beslissen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8efa96072f8ccae5453f939ec5160fbbf2ad429ebdd1aa61af1a4fba97b2bd54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8efa96072f8ccae5453f939ec5160fbbf2ad429ebdd1aa61af1a4fba97b2bd54, en de alinea staat in dat document op bytes 16201 tot 18264.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8efa96072f8ccae5453f939ec5160fbbf2ad429ebdd1aa61af1a4fba97b2bd54 | shasum -a 256