Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 mei 2010

Alinea 53 Gerechtshof Amsterdam 4 mei 2010

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 mei 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BM6521.

4.4 Het hof overweegt als volgt. In de hiervoor onder 3.4 genoemde procedures hebben beide partijen zich op het standpunt gesteld dat in de situatie van partijen sprake was van een zogeheten ”nieuw geval”, met een wettelijke alimentatietermijn van twaalf jaar. De vrouw voert in de onderhavige procedures aan dat voormeld uitgangspunt onjuist was en dat het hier gaat om een zogeheten “oud geval” met een alimentatietermijn van vijftien jaar en een ander (minder streng) toetsingskader van verlengingsverzoeken. Zij stelt daarmee de vraag aan de orde of onherroepelijk over het geschilpunt is beslist. Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend. In beide procedures verzoekt de vrouw verlenging van de termijn gedurende welke de man in haar levensonderhoud dient bij te dragen en in beide procedures is daarmee het alles beheersende geschilpunt identiek en betreft het telkens dezelfde rechtsbetrekking. De ratio achter artikel 236 lid 1 Rv is dat degene die een rechterlijke beslissing heeft verkregen vanaf een zeker moment, dat wil zeggen vanaf het moment dat de beslissing onherroepelijk is, daarop moet kunnen vertrouwen en ervan moet kunnen uitgaan dat daarmee de rechten en verplichtingen van ieder van partijen onherroepelijk vaststaan en niet in een volgende procedure opnieuw onderwerp van debat kunnen zijn. Ook indien de eerdere procedure is gevoerd op onjuiste juridische en feitelijke stellingen en aan de beslissing een onjuiste beoordeling van de vraag “oud” of “nieuw” geval ten grondslag ligt -hetgeen door de man is betwist en ook geenszins vaststaat- blijft gelden dat de rechter op de rechtsvraag die voorlag heeft beslist en dat door deze beslissing, die onherroepelijk is geworden, de concrete rechtsverhouding tussen partijen vastligt. Voor zover de vrouw over diezelfde rechtsbetrekking een hernieuwde rechterlijke beoordeling noodzakelijk achtte, had haar de weg van herroeping op grond van artikel 391 juncto 382 en 383 Rv open gestaan, indien aan de voorwaarden van artikel 382 Rv voor een vordering tot herroeping voldaan zou zijn. Het hof dient de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken in hoger beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9bcc22daca8be3e98e27fcdaed46801dff6b18e515d534a359fd10e7cba209a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9bcc22daca8be3e98e27fcdaed46801dff6b18e515d534a359fd10e7cba209a, en de alinea staat in dat document op bytes 15538 tot 17716.