Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2010

Alinea 97 Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2010

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9502.

3.20 Bij de beoordeling of de uit de overeenkomst voortvloeiende financiële verplichtingen naar redelijke verwachting een onaanvaardbaar zware financiële last op [geïntimeerden] zouden leggen, moeten alle verplichtingen worden meegewogen die [geïntimeerden] op grond van de overeenkomst diende na te komen, ervan uitgaande dat de overeenkomst tot de overeengekomen einddatum – dus gedurende de gehele overeengekomen looptijd – in stand zou blijven. De verplichtingen uit de overeenkomst rustten immers in beginsel tot die einddatum – en gedurende de gehele looptijd – op [geïntimeerden] Deze verplichtingen houden in de verplichting tot het betalen van rente en de verplichting tot terugbetaling van het geleende bedrag, tot hun volle beloop. Het totaal van de rente- en de terugbetalingsverplichtingen pleegt in dit soort overeenkomsten te worden aangeduid als de overeengekomen “leasesom”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca0cb5b67a190fc73d49a8e8bf5d95b4cc73d170a28d721528d7a601ec7aa35a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca0cb5b67a190fc73d49a8e8bf5d95b4cc73d170a28d721528d7a601ec7aa35a, en de alinea staat in dat document op bytes 36669 tot 37590.