Citaat | Gerechtshof Amsterdam 16 december 2010
Alinea 215 Gerechtshof Amsterdam 16 december 2010
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 16 december 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BO7708.
De onderdelen achter deze drie gedachtestreepjes lenen zich voor een gezamenlijke bespreking. Uit de eerder weergegeven vaststaande feiten volgt dat Millecam vanaf mei 2001 in de praktijk van de verdachte verbleef en dat de verdachte op 14 augustus 2001 huisarts [naam huisarts 3] heeft ingeschakeld. De verdachte heeft erkend dat hij Millecam in de tussenliggende periode niet gericht heeft (door)verwezen naar reguliere artsen of naar (kanker)specialisten met het oog op (palliatieve) behandeling of pijnbestrijding. Hij heeft verklaard dat hij tegen Millecam heeft gezegd dat zij de ogen niet moest sluiten voor een reguliere behandeling en dat hij de noodzaak tot een behandeling op het reguliere vlak met haar heeft besproken, maar dat zij dit niet wilde. Hij heeft voorts verklaard dat hij zelf Millecam palliatieve zorg, bestaande uit homeopathie en magneetveldtherapie, heeft geboden en dat Millecam zelf pijnstillers nam. Hij heeft verklaard dat er geen palliatieve zorg op regulier gebied was omdat Millecam alleen paracetamol wilde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78d5c2249b1e5a3ada7392cd5222faa7ea47517aa89e476a842cf438b2a8c487. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78d5c2249b1e5a3ada7392cd5222faa7ea47517aa89e476a842cf438b2a8c487, en de alinea staat in dat document op bytes 83230 tot 84287.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/78d5c2249b1e5a3ada7392cd5222faa7ea47517aa89e476a842cf438b2a8c487 | shasum -a 256