Citaat | Gerechtshof Amsterdam 16 december 2010

Alinea 325 Gerechtshof Amsterdam 16 december 2010

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 16 december 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BO7708.

Het hof heeft zich anderzijds in het voordeel van de verdachte rekenschap gegeven van de aannemelijk geworden persoonlijke betrokkenheid van de verdachte bij de persoon van Millecam. Deze betrokkenheid heeft zich geuit onder meer in het gegeven dat hij zich haar lot heeft aangetrokken, door haar in de laatste fase van haar leven in huis op te nemen, te midden van zijn gezin met nog jonge kinderen. Het hof neemt mede in strafmatigende zin in aanmerking dat sedert de aan de strafrechter ter beoordeling voorgelegde feiten inmiddels een zeer lange periode is verstreken, terwijl in aanvang en ook nadien de (straf)zaak en daardoor de persoon van de verdachte veelvuldig publicitaire aandacht heeft gekregen. Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 28 oktober 2010 is de verdachte niet eerder strafrechtelijk veroordeeld, hetgeen eveneens in zijn voordeel weegt. Voorts heeft verdachte zich voor zijn handelen tevens ten overstaan van de tuchtrechter moeten verantwoorden, waarbij die rechter aan hem sancties heeft opgelegd. Het hof onderkent dit gegeven als zodanig, doch overweegt in het algemeen dat, in het verlengde van de met strafvervolging nagestreefde doelen, de beantwoording van de vragen naar het doel en noodzaak van strafoplegging eigenstandig dienen te worden beantwoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78d5c2249b1e5a3ada7392cd5222faa7ea47517aa89e476a842cf438b2a8c487. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78d5c2249b1e5a3ada7392cd5222faa7ea47517aa89e476a842cf438b2a8c487, en de alinea staat in dat document op bytes 126379 tot 127718.