Citaat | Gerechtshof Amsterdam 16 december 2010

Alinea 98 Gerechtshof Amsterdam 16 december 2010

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 16 december 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BO7708.

In de onderhavige strafzaak staat het aan de verdachte in relatie tot Millecam verweten handelen en nalaten in de periode van het jaar 1999 tot haar overlijden in augustus 2001 centraal. Dit handelen en nalaten heeft zich voorgedaan in het bestek van de relatie zoals die heeft bestaan tussen Millecam en de verdachte, als zorgverlener. Het aan die relatie onlosmakelijk verbonden vertrouwelijke karakter brengt mee dat, buiten de zorgverlener en de patiënt, er in het algemeen niet ook anderen zijn die uit eigen, directe wetenschap kunnen verklaren over hetgeen tussen hen is besproken, verricht en voorgevallen. Toegespitst op de onderhavige zaak: Millecam is overleden, zodat voor hetgeen zij dienaangaande heeft verklaard en ondervonden slechts kan worden teruggevallen op een door haar aan een arts geschreven en verzonden brief en op hetgeen derden zich herinneren van hetgeen zij toentertijd van Millecam en van anderen -onder wie de verdachte- hebben gehoord of waargenomen. Dit vanzelfsprekend naast de verklaring van de verdachte en hetgeen door hem toentertijd schriftelijk is vastgelegd en behoudens de verklaringen van de als getuige gehoorde [naam partner], die als partner van Millecam soms aanwezig is geweest bij de contacten tussen haar en de verdachte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78d5c2249b1e5a3ada7392cd5222faa7ea47517aa89e476a842cf438b2a8c487. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78d5c2249b1e5a3ada7392cd5222faa7ea47517aa89e476a842cf438b2a8c487, en de alinea staat in dat document op bytes 34356 tot 35643.