Citaat | Gerechtshof Amsterdam 14 december 2010

Alinea 39 Gerechtshof Amsterdam 14 december 2010

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 14 december 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BP0607.

2.11 De kantonrechter heeft de verklaring voor recht toegewezen en de vordering voor het overige afgewezen. Hij overwoog daartoe, kort gezegd, dat door de onder 2.3 geciteerde tekst aan [ Appellant ] rechten werden toegekend die hij geldend kon maken jegens RAM Pro-perties. Een redelijke uitleg van het beding brengt mee dat partijen hebben bedoeld vast te leggen dat elk voornemen van de verhuurster tot verkoop van het pand, haar verplicht om dat pand aan de huurder te koop aan te bieden en dat de huurder vervolgens maximaal veertien dagen bedenktijd heeft. Als op 19 februari 2007 al een telefonisch aanbod heeft plaatsgevonden aan [ Appellant ], heeft RAM Properties niettemin niet aan haar verplichtingen voldaan, aldus de kantonrech-ter. De vordering tot schadevergoeding werd evenwel afgewezen omdat onvoldoende vast was komen te staan dat [ Appellant ] schade had ge-leden. Hij had te weinig gesteld om te concluderen dat een koopover-eenkomst tot stand zou zijn gekomen als RAM Properties haar contrac-tuele plicht wel zou zijn nagekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f21f8cdba348f59247d8994bee253ad599b70fedebc3d93d9761d0ccd3d128a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f21f8cdba348f59247d8994bee253ad599b70fedebc3d93d9761d0ccd3d128a9, en de alinea staat in dat document op bytes 11636 tot 12700.