Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 januari 2011

Alinea 104 Gerechtshof Amsterdam 25 januari 2011

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 januari 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BP2022.

8.7 Naar het oordeel van de Kamer had het op de weg van de gerechtsdeurwaarder gelegen te verifiëren of zijn, naar hij ter zitting heeft medegedeeld, op 26 maart 2010 aan de Bank telefonisch gegeven opdracht tot overmaking, was uitgevoerd. Dat de gerechtsdeurwaarder door klaagster onder druk is gezet om een berekening te maken van zijn bewaarpositie blijkt niet uit de door klaagster overgelegde email van 19 maart 2010. In die email vat klaagster een aantal bevindingen samen die zijn geconstateerd tijdens het onderzoek en de daarover gemaakte afspraken waaronder de afspraak het bewaringstekort onverwijld aan te vullen en een juiste en volledige berekening van de bewaringspositie in te dienen. Onder de omstandigheid dat er na herhaaldelijk aandringen van de zijde van klaagster vanaf september 2009 geen betrouwbare bewaringspositie kon worden gegeven alsmede de door klaagster geconstateerde tekortkomingen in de administratie, kan niet worden gezegd dat door het aankondigen van een klacht de gerechtsdeurwaarder gedwongen was tot het afgeven van niet betrouwbare rapportage van de bewaringspositie. Derhalve is dit klachtonderdeel eveneens terecht voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7fab93345e03ba5fb743af230298940c34ada33d751f5f3b7d7bf0c42af6fae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7fab93345e03ba5fb743af230298940c34ada33d751f5f3b7d7bf0c42af6fae, en de alinea staat in dat document op bytes 36029 tot 37215.