Citaat | Gerechtshof Amsterdam 3 februari 2011
Alinea 105 Gerechtshof Amsterdam 3 februari 2011
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 3 februari 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BP4437.
a. Na de indiening van het verweerschrift op 2 september 2005 heeft de gemachtigde verzocht een conclusie van repliek te mogen indienen. De griffier heeft de gemachtigde bij brief van 31 januari 2006 bericht dat geen verder uitstel wordt verleend. Daarna heeft het uiteindelijk tot 16 februari 2007 geduurd voordat het eerste onderzoek ter zitting werd gehouden, dus ruim 12 maanden, waarvan na aftrek van de zes weken tussen het verzenden van de uitnodiging en de datum van de zitting een kleine 11 maanden resteren. In de tussenliggende periode is het geplande onderzoek ter zitting tweemaal verdaagd, mede op verzoek van de gemachtigde. De lange duur van deze periode kan echter niet volledig aan de gemachtigde worden toegeschreven, nu het Hof ook een eigen verantwoordelijkheid heeft voor het verloop van de behandeling van het beroep. Het Hof zal om die reden van deze 11 maanden ongeveer drie maanden toerekenen aan belanghebbende, zodat voor een periode van ongeveer 8 maanden geen rechtvaardiging kan worden gevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e32bdb5f4c084a5662f1b34728fe2737c164e8598e8359110afa4fe054761bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e32bdb5f4c084a5662f1b34728fe2737c164e8598e8359110afa4fe054761bb, en de alinea staat in dat document op bytes 38255 tot 39294.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e32bdb5f4c084a5662f1b34728fe2737c164e8598e8359110afa4fe054761bb | shasum -a 256