Citaat | Gerechtshof Amsterdam 3 februari 2011
Alinea 84 Gerechtshof Amsterdam 3 februari 2011
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 3 februari 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BP4437.
5.2.6. Ter zitting van 10 september 2010 heeft de inspecteur onweersproken verklaard dat hij pas eind juni 2003 in het bezit is gekomen van het proces-verbaal van het strafdossier doordat dit toen door de FIOD aan hem is toegezonden. Naar het oordeel van het Hof dient het tijdstip van ontvangst van dit proces-verbaal als uitgangspunt te worden genomen bij de beoordeling of de inspecteur de navorderingsaanslagen met redelijke voortvarendheid heeft voorbereid en vastgesteld. Uit de onder 3.3 beschreven feiten blijkt dat de inspecteur op 10 september 2003 aan belanghebbende schriftelijke vragen heeft gesteld en op 14 november 2003 de navorderingsaanslagen heeft opgelegd. Gelet op deze feiten kan niet geoordeeld worden dat tussen eind juni 2003 en 14 november 2003 meer tijd is verlopen dan noodzakelijkerwijs was gemoeid met het verkrijgen van de benodigde inlichtingen en het voorbereiden en vaststellen van de navorderingsaanslagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e32bdb5f4c084a5662f1b34728fe2737c164e8598e8359110afa4fe054761bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e32bdb5f4c084a5662f1b34728fe2737c164e8598e8359110afa4fe054761bb, en de alinea staat in dat document op bytes 28644 tot 29598.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e32bdb5f4c084a5662f1b34728fe2737c164e8598e8359110afa4fe054761bb | shasum -a 256