Citaat | Gerechtshof Amsterdam 22 februari 2011
Alinea 33 Gerechtshof Amsterdam 22 februari 2011
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 22 februari 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6507.
2.4. Tegen het verstekvonnis stond aanvankelijk voor Gécamines als niet verschenen gedaagde op grond van artikel 143 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verzet open, terwijl tegen dat vonnis voor Dongray op de voet van art. 332 lid 1 Rv hoger beroep openstond. Doordat Dongray van het haar toekomende rechtsmiddel gebruik heeft gemaakt (en Gécamines tevoren niet in verzet was gekomen) is voor Gécamines op grond van art. 335 lid 1 Rv weliswaar de mogelijkheid van verzet vervallen, maar komt haar het recht toe incidenteel tegen het verstekvonnis te appelleren. Omdat Gécamines aanvankelijk in hoger beroep (wederom) verstek heeft laten gaan, heeft zij in de verstekprocedure voor het hof deze mogelijkheid niet benut. Op grond van art. 147 Rv jo. art. 353 lid 1 Rv is door het tegen het verstekarrest ingestelde verzet de instantie heropend en heeft het verzetexploot als de memorie van antwoord te gelden. Tegen deze achtergrond bestaat er geen goede grond te oordelen dat Gécamines thans - louter vanwege het feit dat zij aanvankelijk (ook) in hoger beroep verstek heeft laten gaan - niet het recht zou hebben incidenteel tegen het verstekvonnis te appelleren. De tot een andere conclusie strekkende stellingen van Dongray worden dan ook verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb4ca97f8084a74b9a464d366596a44a66b9fc19c4e7d8a08178b9ebc5541d31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb4ca97f8084a74b9a464d366596a44a66b9fc19c4e7d8a08178b9ebc5541d31, en de alinea staat in dat document op bytes 9759 tot 11047.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb4ca97f8084a74b9a464d366596a44a66b9fc19c4e7d8a08178b9ebc5541d31 | shasum -a 256