Citaat | Gerechtshof Amsterdam 22 februari 2011

Alinea 49 Gerechtshof Amsterdam 22 februari 2011

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 22 februari 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6507.

2.13. P. Walravens, verbonden aan het Belgische (advocaten-) kantoor Verhaegen Walravens, wijst er in zijn (uit randnummer 19 van de pleitnota van Dongray te kennen) opinie op dat (lees:) artikel 6 aanhef en sub 5 van het van 30 november 1970 daterende Belgische Koninklijk besluit tot vaststelling van het tarief van de invorderbare kosten bedoeld in artikel 1022 van het gerechtelijk wetboek te dezen in een forfaitair bedrag van 500 BEF (€ 12,39; hof) voorzag, en dat dit Koninklijk besluit, opgeheven bij Koninklijk besluit van 26 oktober 2007, nog gold op 18 augustus 2004, de dag dat Dongray in de Belgische procedure haar verklaring als derde-beslagene heeft afgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb4ca97f8084a74b9a464d366596a44a66b9fc19c4e7d8a08178b9ebc5541d31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb4ca97f8084a74b9a464d366596a44a66b9fc19c4e7d8a08178b9ebc5541d31, en de alinea staat in dat document op bytes 17380 tot 18071.