Citaat | Gerechtshof Amsterdam 3 maart 2011
Alinea 58 Gerechtshof Amsterdam 3 maart 2011
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 3 maart 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6980.
Bij borgstelling ontstaat civielrechtelijk onmiddellijk een regresvordering, zij het onder de opschortende voorwaarde dat de borg als zodanig heeft betaald (vgl. HR 3 juni 1994, nr. 8412, NJ 1995, 340, en HR 3 mei 2002, nr. R00/110HR, NJ 2002, 393). De verplichting van de BV om aan de borg te betalen is – uitsluitend – afhankelijk van het vervuld zijn van de voorwaarde. Rechtens is derhalve sprake van een schuldvordering zodra de borgtocht tot stand is gekomen. Daarmee valt een regresvordering uit hoofde van borgtocht in beginsel ook vanaf dat moment onder het onder de tbs-regeling gebrachte “hebben van een schuldvordering”. Niet valt in te zien waarom daarvan geen sprake zou zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb6d75193a310c717a090a447e82dae21ec5afb89ccfe0e5c87327469e26280. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb6d75193a310c717a090a447e82dae21ec5afb89ccfe0e5c87327469e26280, en de alinea staat in dat document op bytes 23164 tot 23876.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3bb6d75193a310c717a090a447e82dae21ec5afb89ccfe0e5c87327469e26280 | shasum -a 256