Citaat | Gerechtshof Amsterdam 12 april 2011
Alinea 33 Gerechtshof Amsterdam 12 april 2011
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 12 april 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ2973.
In de overeenkomst van [geïntimeerde] ging het om een belegging ten behoeve van [geïntimeerde] van € 61.720,66, onder de verplichting van [geïntimeerde] tot betaling aan Defam van een vaste effectieve rente van 9,6% per jaar ten bedrage van in totaal € 22.689,00 (hierna ook: de inleg), welk bedrag kort na het sluiten van de overeenkomst in één termijn bij vooruitbetaling moest worden en is voldaan, en een slottermijn van € € 61.720,66. Kort vóór het verstrijken van de looptijd is de effectenportefeuille verkocht, waarna een restschuld van € 22.248,92 is overgebleven, die [geïntimeerde], ondanks herhaalde sommatie, niet aan Defam heeft voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0ee3fb321e13b1a3e561419d01b6385399e83925ef217a5e73fd9b7886920de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0ee3fb321e13b1a3e561419d01b6385399e83925ef217a5e73fd9b7886920de, en de alinea staat in dat document op bytes 7830 tot 8513.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a0ee3fb321e13b1a3e561419d01b6385399e83925ef217a5e73fd9b7886920de | shasum -a 256