Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 april 2011
Alinea 232 Gerechtshof Amsterdam 28 april 2011
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 april 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ3565.
Vooropgesteld moet worden dat voor het slagen van een beroep op afwezigheid van alle schuld wegens dwaling ten aanzien van de wederrechtelijkheid van het bewezen verklaarde feit, vereist is dat aannemelijk is dat een verdachte heeft gehandeld in een verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de hem verweten gedraging. Daarvan kan sprake zijn indien de verdachte is afgegaan op het advies van een persoon of instantie aan wie of waaraan zodanig gezag valt toe te kennen dat de verdachte in redelijkheid op de deugdelijkheid van het advies mocht vertrouwen. Bij de beoordeling van een daartoe strekkend verweer kunnen verschillende aspecten van belang zijn, waaronder:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45cdaa41302b3472800aae111dd4e9de76520c739bb4273594f2e24f8943b732. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45cdaa41302b3472800aae111dd4e9de76520c739bb4273594f2e24f8943b732, en de alinea staat in dat document op bytes 83709 tot 84419.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45cdaa41302b3472800aae111dd4e9de76520c739bb4273594f2e24f8943b732 | shasum -a 256