Citaat | Gerechtshof Amsterdam 12 mei 2011

Alinea 63 Gerechtshof Amsterdam 12 mei 2011

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 12 mei 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ7376.

7.3.1. Ten aanzien van de toetsing van de in de Wfsv en andere wettelijke bepalingen zoals de Wet WIA neergelegde bepalingen met betrekking tot de gedifferentieerde premie, geldt dat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een met artikel 26 IVBPR, artikel 14 EVRM of artikel 1 van het Twaalfde protocol bij het EVRM strijdige ongelijke behandeling, die bepalingen niet iedere ongelijke behandeling van gelijke gevallen verbieden, doch alleen die welke als discriminatie moet worden beschouwd omdat een redelijke en objectieve rechtvaardiging ervoor ontbreekt. Hierbij verdient opmerking dat aan de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid toekomt bij het beantwoorden van de vraag of gevallen voor de toepassing van de bedoelde verdragsbepalingen als gelijk moeten worden beschouwd en of, in het bevestigende geval, een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat om die gevallen niettemin in verschillende zin te regelen. Daarbij dient het oordeel van de wetgever te worden geëerbiedigd tenzij dat oordeel van redelijke grond ontbloot is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac91c91eaf72835b8ea8832f08aec9b15893e6169dc2be5959ca7e904a789241. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac91c91eaf72835b8ea8832f08aec9b15893e6169dc2be5959ca7e904a789241, en de alinea staat in dat document op bytes 18985 tot 20052.