Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2011
Alinea 39 Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2011
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8985.
3.5.3. Het hof verwerpt deze – door [geïntimeerde] betwiste - stellingen omdat Mandate, mede gelet op het feit dat het c.v. van [geïntimeerde], dat geen onjuistheden bevatte, bij haar bekend was en er regelmatig contact over de door [geïntimeerde] gevolgde opleiding is geweest, onvoldoende concrete feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die deze stelling ondersteu-nen. In het bijzonder heeft Mandate niet uitgelegd dat en waarom de door haar gewraakte mededelingen van [geïntimeerde], genoemd onder 8 van haar conclusie van antwoord, onjuist waren. Veeleer aannemelijk is dat Mandate uit door [geïntimeerde] gedane (niet onjuiste) mededelingen ten onrechte heeft afgeleid dat [geïntimeerde] (reeds kort na zijn indiensttreding) in staat was tot het bouwen en aanpassen van websites. Dit komt echter voor haar risico. De grief faalt dan ook.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89a2ceea10b7c362630484c0ffb494c69383c6ef7af7add24f8cf5ca23fb2ffa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89a2ceea10b7c362630484c0ffb494c69383c6ef7af7add24f8cf5ca23fb2ffa, en de alinea staat in dat document op bytes 11788 tot 12656.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89a2ceea10b7c362630484c0ffb494c69383c6ef7af7add24f8cf5ca23fb2ffa | shasum -a 256