Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 oktober 2011
Alinea 139 Gerechtshof Amsterdam 20 oktober 2011
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 oktober 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BU1566.
4.8.2. Naar het oordeel van het Hof zou de drager van de hiervoor vermelde flexfone-gegevens en ‘call details’, in dit geval een computer, tot de administratie hebben te behoren van de in 2004 door belanghebbende gedreven belwinkel, als bedoeld in artikel 52, eerste lid, AWR. Ter zake van een dergelijke gegevensdrager dan wel een daarmee vergelijkbaar medium geldt op grond van artikel 52, vierde lid, AWR een bewaarplicht gedurende zeven jaren. Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende niet aan deze bewaarplicht voldaan. Het verweer dat de gegevensdrager bij de verkoop van de onderneming is overgedragen aanvaardt het Hof niet als een uitzondering op de bewaarplicht. Het heeft op de weg van belanghebbende gelegen om, hetzij de computer van de verkoop van (onder meer) de bedrijfsactiva uit te sluiten, hetzij ervoor zorg te dragen dat hij op een alternatieve en controleerbare wijze over in 2004 op de bedrijfscomputer opgeslagen gegevens kon blijven beschikken. Nu daarvan in het onderhavige geval geen sprake is, is niet te ontkomen aan de conclusie dat belanghebbende ter zake van de hiervoor bedoelde gegevensdrager niet aan de bewaarplicht heeft voldaan. Op deze grond acht het Hof de ‘omkering van de bewijslast’ van artikel 27e AWR van toepassing, met als gevolg dat belanghebbende ervan moet doen blijken dat de uitspraak op bezwaar onjuist is. In dit verband gaat het Hof ervan uit dat in fiscaalbestuursrechtelijke zaken waarin op 1 juli 2011 (hoger) beroep aanhangig is, artikel 27e AWR van toepassing is zoals deze bepaling van kracht was vóór 1 juli 2011. De met ingang van 1 juli 2011 in werking getreden tekst van artikel 27e AWR (Wet van 27 mei 2011, Stb. 2011, 265, en Besluit van 14 juni 2011, Stb. 2011, 301), bezien in samenhang met het per die datum in werking getreden artikel 52a AWR, kan naar het oordeel van het Hof niet zijn bedoeld voor situaties, zoals de onderhavige, waarin op 1 juli 2011 (hoger) beroep aanhangig is en de inspecteur niet tot het nemen van een informatiebeschikking bevoegd is. Wat dit laatste betreft overweegt het Hof het volgende. Het nemen van een informatiebe-schikking houdt verband met het uitoefenen van de desbetreffende informatiebevoegdheid. Aangezien de uitoefening van een informatiebevoegheid ten aanzien van een belastingplich-tige/procespartij in de (hoger)beroepsfase niet is toegestaan (verg. HR 10 februari 1988, nr. 23.925, BNB 1988/160), moet ervan worden uitgegaan dat in diezelfde fase ook het nemen van een daarmee verband houdende informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a, eerste lid, AWR, niet (meer) is toegestaan. Een en ander daargelaten de vraag welk gevolg de Wet van 27 mei 2011, Stb. 265, heeft als het gaat specifiek om naleving van de bewaarplicht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df80aebad6d39e5e7a3fae3f211aa6c8a2b90ac15f4c610ac440df35481b71e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df80aebad6d39e5e7a3fae3f211aa6c8a2b90ac15f4c610ac440df35481b71e7, en de alinea staat in dat document op bytes 35152 tot 37934.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df80aebad6d39e5e7a3fae3f211aa6c8a2b90ac15f4c610ac440df35481b71e7 | shasum -a 256