Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 oktober 2011

Alinea 43 Gerechtshof Amsterdam 4 oktober 2011

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 oktober 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6760.

4.11 Vervolgens ligt de vraag voor of zoals [appellante] stelt, maar Dexia betwist, [X] leaseovereenkomst II met Dexia is aange¬gaan. [X] heeft leaseovereenkomst II ondertekend. Voorts heeft [X] de maandtermijnen en, nadat leaseovereenkomst II door het verstrijken van de looptijd is geëindigd en de geleaste aandelen zijn verkocht, de restschuld aan Dexia voldaan. De stellingen van Dexia zijn ontoereikend om te aanvaarden dat [X] niet als haar contractspartner moet worden beschouwd. Uit de gedragingen van Dexia heeft [X] op zijn beurt redelijkerwijs mogen afleiden dat Dexia hem als contractspartner heeft willen aanvaarden. Dexia heeft immers, hoewel zij wist dat [X] de overeenkomst had ondertekend en, zo volgt uit het onder 4,7 overwogene, zorgdroeg voor de betalingen niets van zich laten horen. Dat had wel op haar weg gelegen als zij [X] niet als contractspartner wenste.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fffe7fc4dc136f5a59e96414147b0b144c9354b98dbfa02f45dbc07ec1885cac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fffe7fc4dc136f5a59e96414147b0b144c9354b98dbfa02f45dbc07ec1885cac, en de alinea staat in dat document op bytes 15291 tot 16190.