Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 december 2011
Alinea 25 Gerechtshof Amsterdam 5 december 2011
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 december 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BU7292.
Artikel 9 van Verordening 273/2004 inzake drugsprecursoren schrijft voorts voor dat de Europese Commissie richtsnoeren vaststelt over manieren om verdachte transacties te herkennen en te melden. Ten tijde van het ten laste gelegde was aan de verplichting uit dit artikel door de Europese Commissie nog geen gevolg gegeven. De regelgeving in deze sfeer en de wijze waarop meldingen plaats moesten vinden - c.q. aan de hand van welke criteria meldingen behoorden plaats te vinden - waren toen nog niet verduidelijkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7495c08e9e9f73278cda0f3f7e2a80da3f5854c42373ff13f493a1fa233d0269. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7495c08e9e9f73278cda0f3f7e2a80da3f5854c42373ff13f493a1fa233d0269, en de alinea staat in dat document op bytes 10224 tot 10751.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7495c08e9e9f73278cda0f3f7e2a80da3f5854c42373ff13f493a1fa233d0269 | shasum -a 256