Citaat | Gerechtshof Amsterdam 30 augustus 2011
Alinea 84 Gerechtshof Amsterdam 30 augustus 2011
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 30 augustus 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BU9012.
3.7 [appellante] betoogt dat de lopende verjaring tijdig (zijnde: voor 9 juli 2009) is gestuit. In dat verband is van belang dat [appellante] weliswaar op 17 juni 2009 een brief heeft verzonden met de strekking tot stuiting, doch deze brief is niet gericht aan de maatschap of de gezamenlijke maten afzonderlijk, maar aan een vijftal natuurlijke personen. [appellante] betoogt in dat verband dat zij beoogd heeft zich tot de maatschap te richten en dat zij wist wie de maten waren, omdat zij dat heeft afgeleid uit het briefpapier van de maatschap waarop de namen van de betreffende personen stonden vermeld. Hetgeen zij in dit verband verder aanvoert is in wezen gelijk aan hetgeen zij aanvoert ter onderbouwing van haar standpunt, dat zij terzake van haar vorderingen de juiste personen heeft gedagvaard. Het hof verwerpt haar betoog en verwijst daarbij naar hetgeen hierna onder 3.9 – 3.19 wordt overwogen, dat mutatis mutandis ook hier geldt. Naar ’s hofs oordeel heeft deze brief dan ook niet het effect gehad dat daarmee de vordering op de maatschap (en daarmee: op de afzonderlijke maten) is gestuit. Nu de verjaring evenmin op een andere wijze is gestuit, zijn de vorderingen voor zover verband houdend met beroepsfout 1 van [geïntimeerde sub 1]verjaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7535e660cccad97719efea25347a12e97681d920242c901ddf1fd3fe135793c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7535e660cccad97719efea25347a12e97681d920242c901ddf1fd3fe135793c6, en de alinea staat in dat document op bytes 26339 tot 27621.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7535e660cccad97719efea25347a12e97681d920242c901ddf1fd3fe135793c6 | shasum -a 256