Citaat | Gerechtshof Amsterdam 30 augustus 2011

Alinea 88 Gerechtshof Amsterdam 30 augustus 2011

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 30 augustus 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BU9012.

3.10 Om een openbare maatschap in rechte te betrekken heeft de crediteur, gezien het arrest van de Hoge Raad van 5 november 1976 (LJN: AB7103, Moret Gudde Brinkman–Bolhuys) de keuze om de maatschap, dan wel de gezamenlijke maten te dagvaarden. Vaststaat dat de maatschap als zodanig niet is gedagvaard. De advocaat van [appellante] heeft weliswaar in zijn mondelinge repliek tijdens het pleidooi in hoger beroep aangevoerd dat hij de maatschap niet kon dagvaarden omdat deze was ontbonden, doch hij heeft deze (op dat tijdstip voor het eerst aangevoerde) stelling verder niet toegelicht of onderbouwd. Ook uit het verweer van [geïntimeerden] kan niet anders worden afgeleid dan dat de maatschap nog bestaat. Het hof zal daarom aan deze stelling voorbij gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7535e660cccad97719efea25347a12e97681d920242c901ddf1fd3fe135793c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7535e660cccad97719efea25347a12e97681d920242c901ddf1fd3fe135793c6, en de alinea staat in dat document op bytes 28869 tot 29645.