Citaat | Gerechtshof Amsterdam 30 augustus 2011

Alinea 93 Gerechtshof Amsterdam 30 augustus 2011

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 30 augustus 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BU9012.

3.15 Het hof overweegt in dat verband allereerst, dat [appellante] blijkbaar het standpunt inneemt, dat zij de dagvaarding moest richten aan de leden van de maatschap zoals deze bestond ten tijde van de beroepsfouten. Het hof gaat er, wat betreft de periode waarin de beroepsfouten zouden zijn gemaakt, van uit dat [appellante] de periode vanaf 13 september 1994 tot 13 september 1999 (beroepsfout 2) c.q. van 26 maart 1994 tot 26 maart 1999 (beroepsfout 3) voor ogen staat, omdat gedurende deze periodes [geïntimeerde sub 1]de verjaring had kunnen stuiten. In genoemde periode nam, gezien de onder 2.2.2 vastgestelde feiten, slechts een van de geïntimeerden ([geïntimeerde sub 4]) deel aan de maatschap. Dat brengt mee dat, wat er verder zij van de juistheid van [appellante]s standpunt, [appellante] de maatschap zoals deze ten tijde van de beweerde beroepsfouten bestond niet heeft gedagvaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7535e660cccad97719efea25347a12e97681d920242c901ddf1fd3fe135793c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7535e660cccad97719efea25347a12e97681d920242c901ddf1fd3fe135793c6, en de alinea staat in dat document op bytes 31405 tot 32320.